Geluk zit in geloof in eigen kunnen
Moe, zo moe als ik nog nooit ben geweest. Niet moe van dingen doen, maar moe van binnenuit, een moeheid die ik zo lang had weggedrukt dat ik niet wist dat ik zo moe was. Nu voel ik die pas die moeheid; ik laat het toe.
Mijn leven lang vecht ik al om controle te hebben over omstandigheden om maar geen pijn te hoeven voelen. Dat vergt keihard werken. Voor mij is de wereld namelijk een onveilige plek en daarom probeer ik op alles controle uit te oefenen.
Ik heb de lat voor mezelf hoog gelegd. Ik moet beter doen dan mijn ouders, beter dan waar mijn leraren mij credit voor gaven en beter dan mijn familie omdat ik de slimme ben en me kan inleven in de ander.
Wat ik leerde is dit: ik zie altijd de nare kanten in mensen – hun angsten en frustraties, hun pijnpunten. Zo krijg ik beter in de gaten wat ik te verwachten heb van die ander. Of ik diegene kan vertrouwen.
Dat is hard werken, daar bouw je mee, maar die hardheid dient me niet meer. Ik heb veel bereikt, maar liefde voor mezelf? Nee, die is niet meegegroeid.
Mijn grenzen aangeven vind ik lastig. Wat ik nu voel is dan ook diepe intense moeheid. Mijn hele lijf zegt: nu is het genoeg.
Ik móest teveel
De afgelopen 5 jaar stonden in het teken van anderen. Van mensen die dood gingen, een gezin voeren, falen als ondernemer door gebrek aan focus, verdriet over keuzes van familieleden en teleurstellingen in samenwerkingen.
Het was een heftige tijd. Ook een tijd die me duidelijk maakte dat ik echt zélf de regie over mijn leven moet voeren.
Dat vind ik lastig. Ik ben gewend aan de rol van fixer – diegene die problemen oplost. Ik ben een perfecte crisismanager. Maar alleen sta je nooit. Als moeder, zus, partner, of collega bent je ook afhankelijk van anderen en andersom. Toch vóelde ik me alleen.
Er gebeurde zoveel tegelijk dat ik steeds meer moeite had om rustig te blijven, bij mezelf te blijven, mijn grenzen aan te geven en uiteindelijk te bepalen wie nou keuzes maakte. Was ík dat? Echt? Of doe ik dingen omdat ik denk dat ik daarmee aan andermans verwachtingen voldoe? Is dat niet eerder mijn gewoonte? Is mijn manier van reageren ingegeven door de vaste patronen in mijn familie?

Pijnlijke vragen stellen
De conclusie was pijnlijk: ik wilde helemaal niet voelen en ervaren hoe het echt zat. Dan kwam die moeheid op, en de pijn en verdriet.
Dat wilde ik niet; ik wilde controle over het proces hebben. Ik moest beter kunnen, ik wilde beter kunnen, maar het was tegelijkertijd nooit goed genoeg. Ik zag vooral de negativiteit in alles wat gebeurde en brandde mezelf dusdanig af dat ik nooit kon worden wat ik wilde worden.
Het was ook pijnlijk om een andere reden: ik besefte dat ik het prettiger vond om maar een beetje te blijven rommelen in de marge. Ik dacht liever zelf niet na en wilde ook niet volledig verantwoordelijkheid nemen voor mezelf.
Wil ik nou ondernemen omdat ik niet meer kan werken in mijn oude vakgebied? Of wil ik ondernemen omdat het bij mij past?
Kan ik echt niet ondernemen omdat ik een gezin heb? De meest succesvolle ondernemers die ik ken hebben toch immers ook geen gezin? Of bepaal ik uiteindelijk zelf de vorm die wel werkt?
Is werk belangrijk voor mijzelf of is werk belangrijk voor de buitenwereld en schaam ik mij dat ik daarin ben gefaald? Of is dit gewoon onderdeel van een groter groeiproces dat ik nog niet overzie?
Probeer ik te vermijden dat ik mijn moeder word, of doe ik haar juist na door vanuit angst te handelen?
Het waren pijnlijke vragen. Het antwoord daarop wilde ik niet vinden. Ik wilde de situatie het liefst controleren, zo laten en er niet bij stilstaan. Dat kan nu niet meer.
Voor mezelf kiezen
Nu heb ik gekozen om ‘buiten’ los te laten en in rust vast te stellen wat ik doe, waarom ik dat doe, en wat ik écht wil.
Doodeng vind ik dat. Voor mijn gevoel geef ik de regie nu uit handen. Ik sta voor de rand van een klif door mezelf dit soort vragen te stellen, zonder te weten wat het antwoord is.
Ik geef de regie uit handen aan een coach in zelfliefde, omdat ik erken dat ik mezelf niet lief heb, niet weet hoe ik dat wel kan doen en dus hulp nodig heb.
Als ik het niet doe zal mijn zelfvertrouwen nooit groeien. Dan blijf ik dingen uit gewoonte doen en niet vanuit mijn bewustzijn en niet vanuit mijn waarden, vanuit wat ik belangrijk vind.
Ik mag mezelf vooropstellen.
Ik laat los en spring en dat is misschien wel mijn grootste angst. Springen zonder dat ik weet wat er aan de andere kant is.
Ik wil dit zien als avontuur in plaats van risico. Het komt wel goed, want ik neem mezelf mee.
Dat laatste geloof ik nog niet helemaal, maar ik durf nu wel te springen. Niet omdat ik geen keuze heb; niet omdat het moet, maar omdat het mag.
Omdat ik er mag zijn in plaats van dat ik moet doen waar de omstandigheden om vragen. Ik mag zelf bepalen wat bij mij hoort en wat niet, en wat ik wil en dus doe.
Geluk zit in geloof in eigen kunnen, als ik spring, voed ik dat geloof en in dat proces ligt mijn geluk. Eng? Zeker, maar ik doe het toch.
Marieke was ‘in een vorig leven’ journaliste, maar creëert tegenwoordig nieuwe merkidentiteiten voor ondernemers. Ze wil bedrijven helpen inzien dat ze er niet zijn om geld te verdienen, maar om de wereld beter te maken voor alle zoons en dochters (waaronder haar eigen Sanne).
In 2018 volgde Marieke bij LightWorks een coachingtraject, waarbij zelfliefde een belangrijk thema was. Hier schrijft ze over haar nieuwe inzichten en voortgang.









